De Ondraaglijke Last van de Geschiedenis

Gepubliceerd op 5 maart 2026 om 22:09

De Ondraaglijke Last van de Geschiedenis werd voor het eerst opgevoerd op 5 maart 2026 bij Tekstverslaafd Venlo en is geschreven in een periode dat ik me weer meer met geschiedenis ging bezighouden – met de Nederlanse Opstand en de Bokkenrijders in het bijzonder. Het contrast tussen deze twee toch onlosmakelijk aan elkaar verbonden periodes – de één als een van meest beschreven periodes in onze vaderlandse geschiedenis, de ander vooral omgeven door veel speculatie – was de inspiratie om mijn eigen relatie tot de geschiedenis te onderzoeken. Want wie schrijft uiteindelijk mijn geschiedenis – het verleden,  de toekomst, of heb ik er zelf nog iets over te zeggen?


Ik wil iets zeggen. Ik weet alleen niet wat. Elk woord is al eens eerder gesproken en zal, wat ik ook doe, in mijn stem nooit de kracht vinden waar het recht op heeft. Elke zin die ik uitspreek wordt gevolgd door de klanken uit een toekomst die ik nooit zal zien, jammerend:

Waarom? Waarom…

De geschiedenis velt over ieder haar oordeel, maar ik zwijg.  

 

Ik loop weg van alles wat me hier houdt, maar weet niet waar te gaan. Elke stap die ik zet is op gedeelde grond met allen die hier vóór mij stonden en dezelfde stappen slijten de grond tot een pad voor de mensen die na mij komen. Ze zeggen allemaal hetzelfde:

Ga de juiste weg.  

De geschiedenis kiest haar eigen richting, maar ik sta stil. 

 

Ik wil de wereld zien, maar ze is zo groot. Dit uitzicht is ooit iemands laatste geweest, deze plaats de plek van iemands grootste verdriet. Tegelijkertijd - mag ik dat zo zeggen, tegelijkertijd? - is ditzelfde uitzicht ooit iemands eerste geweest, deze zelfde plaats iemands mooiste herinnering. Allemaal roepen zij mij na:

Zie wie ik ben. Zie wie ik was.  

De geschiedenis kijkt altijd toe, maar ik sluit mijn ogen. 

 

Ik droom van de stilte. Van alleen zijn. Dat, voor heel even, alle ogen sluiten, alle stemmen verstommen, en geen stap meer wordt gezet. Dat ik, voor die fractie van de seconde tussen toen en nu, de enige mens ben die er is, was en zal zijn.

 

De tijd tikt door en ik blijf achter. De geschiedenis is niet langer, noch zal zij zijn. Levens en liefdes schieten aan me voorbij - zelfs de zon is gebonden aan de dagen die haar gegeven zijn. 

Op dat moment realiseer ik me pas: ik ben bang in het donker, dus ik ren haar achterna. 

 

Tik. Tik. Tik. Tik - 

 

Ik grijp naar mijn eigen hand, die jaren ouder zou moeten zijn, maar los van de tijd niet leeft, maar is, was en zal zijn. Wat ik achter heb gelaten in die ene seconde was enkel dat wat vóór mij lag en als ik omkijk om te zien wie mijn hand greep zie ik ogen die ouder zijn dan zou moeten.

Zolang de tijd niet tikt, klopt hij ook niet met de feiten die zij altijd in haar armen heeft gehouden.

 

En dan versplintert ze. Tien jaar. Vijftig jaar. Honderd jaar. Opnieuw. Opnieuw. Opnieuw. Herinneringen aan de toekomst, van gisteren, morgen, vandaag en -

 

Stilte. 

 

Welke tijd? De klok tikt niet langer. De zon is al ver weg. Ik ben de tijd die ik nodig heb om terug te keren. 

Ik zet één stap vooruit, van toen naar nu, en de stilte verdwijnt. Want waar ik sta, stond jij en wie hier morgen staat weet niemand.

Zo spreekt de geschiedenis: hoe jij bent, was ik ooit, en hoe ik ben zul jij ooit wezen.  

 

Verleden en toekomst kijken mij aan, schreeuwen, “doe wat juist is." Elke stap die ik zet is op gedeelde grond van hen die mij voorgingen én opvolgen. Elk woord is eerder gesproken.

 

Laat dan de geschiedenis haar oordeel vellen, ik heb gezegd wat ik moest zeggen.

Laat dan de geschiedenis haar eigen weg gaan, ik heb gestaan waar ik moest staan.

Laat dan de geschiedenis toekijken, ik kijk haar recht in de ogen aan en antwoord:

Mijn verleden is van mij, en de toekomst van ons allen. 

 

Ik reik mijn hand naar wie hem pakken wil, uit een vergeten gisteren of een onzeker morgen, maar laat mij dan hen die mij voorgingen waardig zijn, en voor hen die mij opvolgen een voorbeeld. Maar bovenal, laat ons allen, in die fractie tussen toen en nu, op die gedeelde grond in stilzwijgen omhoog kijken.

Zie: dezelfde sterren lachen ons toe. 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.